Ralf Bodelier


... werkt als vrij gevestigd journalist, debatleider, schrijver en onderzoeker. Hij presenteert het Wereldpodium in Tilburg en laat zich graag verleiden om andermans disputen van vaart, humor en resultaten te voorzien. Want de waarheid is te vinden in het botsen der meningen.

ralf-hvdw-2010.jpg Bodelier is nieuwsgierig. Hij is gefascineerd door veranderingen, liefst op wereldschaal. En hij wil weten hoe deze doorwerken in het leven van gewone mensen. Hier, in de prachtwijken van Nederland. En ver weg, in de sloppenwijken van Afrika of Azië.


Zijn thema’s zijn globalisering, kosmopolitisme en Human Security. Zijn zorg betreft zowel hen die daar te weinig van profiteren als degenen die dreigen af te haken.

Ralf Bodelier kiest voor optimisme. Voor een optimisme als morele keuze. Want de toekomst ligt open ligt en het besef dat er nog niets is beslist, verplicht je om er iets aan te doen.


Doorzoek deze site

1 komma 4 miljard

Wereldwijd leven 1,4 miljard mensen in schrijnende armoede. In tijden van economische crisis neemt dit aantal alleen maar toe. En waarover gaat het publieke debat over ontwikkelingshulp? Niet over de vraag hoe we een einde kunnen maken aan armoede, maar over de vraag hoeveel we, in tijden van crisis, op ontwikkelingshulp kunnen bezuinigingen.

Dat moet anders! Op 17 juni lanceerden ICCO en Lokaalmondiaal de website www.1komma4miljard.nl. Het is een digitaal platform waar  een inhoudelijk debat over armoedebestrijding wordt gevoerd. Dezelfde dag publiceerde Trouw een open brief  met een oproep om de armsten niet het slachtoffer te laten worden van bezuinigingsdrift (zie hieronder).  Ga kijken en discussieer mee!

Soms lijkt Obama meer op Rita dan op Femke

In linkse ogen krijgt Obama allengs Messiaanse trekken. Hoogste tijd om zijn betrokkenheid bij het armste deel van de wereld eens kritisch onder de loep te nemen, meent Ralf Bodelier

Grenzeloos lijkt het enthousiasme voor Barack Obama. En toegegeven: ook ik geniet van de nieuwe man in het Witte Huis. Tegelijkertijd heb ik mijn twijfels. Tik bij Google de trefwoorden Obama en ‘messiah’ in en je hebt de keuze uit meer dan drie miljoen hits. En dat zijn dan alleen nog de Engelstalige sites. Onder Obama lijkt het paradijs binnen handbereik. Eindelijk krijgt Gods Own Country de president die het toekomt. Na acht jaar Bush daveren vooral linkse mensen van enthousiasme. Lees verder…

Zwijg over Europa.

Politici: spreek niet langer over Europa. Relativeer het belang van de Europese verkiezingen of het Europese parlement. Praat meer over onderwerpen die ons werkelijk bezig houden.

Donderdag kiest Europa een nieuw parlement. Een verkiezing, vergelijkbaar met de verkiezing voor het Amerikaanse parlement -het congres-, van afgelopen najaar. Maar daarmee houdt het vergelijk meteen weer op.
Lees verder…

Kranten moeten meer over kwetsbare Roma schrijven

Ook deze zomer zullen Roma-muzikantjes weer in Brabantse winkelstraten spelen. Meer begrip voor hun achtergrond kan ons behoeden voor hardvochtig oordelen

Vorig jaar waren ze doorlopend in het nieuws: de Roma-kinderen met hun accordeons in de winkelstraten van Den Bosch. Dit jaar is het relatief stil rond de muzikantjes. Daar heeft een prachtige reportage in onder meer het Brabants Dagblad over het Roemeense Roma-dorp Bacioiu zeker aan bijgedragen. Journalist Twan van den Brand die deze reportage vlak voor kerst schreef, deed wat journalisten veel vaker zouden moeten doen. Hij ging op zoek naar het verhaal achter de kinderen en reisde af naar het straatarme dorp waar een van hen, de dertienjarige Marta Moldoveanu met haar familie woont. Lees verder…

Diogenes, Seneca & Maxima Over het wereldburgerschap van een prinses

Burger, dat ben je op de eerste plaats als Nederlander. Vervolgens als Europeaan en uiteindelijk, wie weet, als wereldburger. Maar in deze laatste fase, zo betoogt prof. dr. Wim Couwenberg (in Civis Mundi, voorjaar 2009), zijn we nog lang niet aanbeland, wanneer we dat al ooit zullen doen. Terwijl de inwoner van een natie zich ‘emotioneel’ met zijn land kan identificeren, leeft het wereldburgerschap vooralsnog in de hoofden van een kosmopolitische elite die overal en dus nergens thuis is. En die voor alles, en dus voor niets, verantwoordelijkheid wil dragen. Het is een kritiek die al zo oud is als het kosmopolitisme zelf: zo’n 2500 jaar. De Griekse term Kosmopolitês gaat in elk geval terug tot de cynische filosoof Diogenes van Sinope. Lees verder…

Demagogie blijft hulpdebat beheersen

Het hulpdebat in Nederland is van bedroevend niveau. Radicaal links én radicaal rechts gijzelen het debat met drogredenen. We fileren er vijf…

In Afrika raak je zelden verzeild in abstracte discussies over de hulp. Weinig Afrikanen vragen zich af of hulp werkt, of de hulpindustrie vooral Afrika helpt dan wel zich zelf, of dat hulp nu wel of geen economische groei mogelijk moet maken. Gewone Afrikanen weten überhaupt niet hoeveel hulp hun kant op komt. Ook onder de elite spelen onze discussies niet. Zolang de scholen maar openblijven, zolang morgen maar meer aidspatiënten aidsremmers krijgen dan vandaag, zolang er bij verkiezingen maar stembussen klaarstaan en de politie over benzine voor haar auto’s beschikt. Zolang het doormodderen maar niet stagneert. Het volle leven gaat voor. Lees verder…

Op zoek naar zinvol bestaan: doe-het-zelvers in de hulp

Het aantal doe-het-zelvers in de ontwikkelingshulp neemt snel toe. Waarom doen ze het eigenlijk? Waarom zoveel tijd, geld en energie steken in het slaan van een waterput in Mali? Je kunt toch ook doneren aan de Novib?

Welig tieren de misverstanden. Doe-het-zelvers in de hulp zijn niet professioneel. Ze beginnen hun projecten uit kritiek op de gevestigde organisaties. En ze opereren vanuit een hoog moreel besef.

Het zijn halve waarheden. Wanneer het überhaupt al waarheden zijn. Neem de professionaliteit van de doe-het-zelvers. Surf een avond over de goede-doelen-sites op Internet. En sta verbaasd over de enorme kwaliteit van de knutselaars. Voorzitters van een clubje scholenbouwers in Senegal of waterputtenborers in Andra Pradesh, blijken in hun dagelijkse leven ook al voor te zitten. Maar dan als rector van een scholengemeenschap of als hoofdredacteur bij een krant. De penningmeesters die ’s avonds piekert over de vraag hoe je de boekhouding controleert van een landbouwproject in Zambia, werkt overdag als accountant bij een multinational. En er is weinig reden om aan te nemen dat zij er in de avonduren met de pet naar gooien. De kans is beduidend groter dat ze hun goede doel nét zo professioneel bestieren als hun dagelijkse werk.

Lees verder…

Ook kleinschalige hulp helpt

Het is een trend: Nederlanders die zelf aan ontwikkelingshulp gaan doen. Vaak na een reis door een ontwikkelingsland, soms na het zien van een aangrijpende documentaire op televisie. Naar schatting zijn er meer dan tienduizend particuliere ontwikkelingsorganisaties. Ze slaan waterputten, betalen schoolgeld, steunen klinieken en weeshuizen. Hun populariteit groeit. Ze bestaan uit vrijwilligers, stralen enthousiasme uit, beloven dat alle geld goed terecht komt en richten zich op concrete problemen.

Maar er klinkt ook kritiek. In het najaar van 2007 presenteerde de Nijmeegse wetenschapper Lau Schulpen de resultaten van een onderzoek naar kleine ontwikkelaars in Malawi en Ghana. Schulpen is sceptisch. Kleine hulporganisaties zijn niet transparant in hun financiële huishouding, ze evalueren hun projecten nauwelijks, weten weinig af van het land waar ze werken en hebben geen idee of ze daadwerkelijk wat bereiken.

Lees verder…

Hulp helpt wel degelijk

Met minister Bert Koenders op Ontwikkelingssamenwerking slaat Nederland een nieuwe en veelbelovende koers in. Bij Koenders draait het weer om de bestrijding van extreme armoede. Maar zijn belangrijkste uitdaging wacht nog: het overtuigen van de Nederlandse bevolking dat de hulp wel degelijk helpt.

Er waait een nieuwe, veelbelovende wind door de Nederlandse ontwikkelingshulp. Met Bert Koenders heeft Nederland voor het eerst in lange tijd weer een minister met verstand van zaken. En een minister die werk wil maken van zijn belangrijkste opdracht: de bestrijding van extreme armoede in de Derde Wereld.

Lees verder…

Jeroen Bosch

Jeroen Bosch  De MarskramerOoit was hij de Verloren Zoon, later heette hij de De Marskramer. Maar het ronde paneeltje dat Jeroen Bosch rond 1500 schilderde, dat gaat over U. En het gaat over mij. Over ons als Alleman en Elkerlijck.

De man die daar angstig, gehavend en terugblikkend door het leven trekt, dat zijn wij, homo viator, ‘mensen op weg’. Op weg naar ons einde, dat spreekt vanzelf.

Maar als ‘Alleman’, zo stellen we ons natuurlijk niet aan elkaar voor. Wie kunnen we dan wél zeggen wie we zijn? Dat was de vraag die Jeroen Bosch zich keer op keer stelde. Wie zeggen we wie we zijn, of wie we wáren, terugblikkend op ons leven en in het aangezicht van de dood?
Welk antwoord geef ik du moment op de allesomvattende vraag: hoe heb ik geleefd? Wie was ik voor U?

jeroen-bosch-02Pissende zuiplap
Jeroen Bosch geeft geen direct antwoord. Hij schildert liever over de verleidingen op ons levenspad en de keuzes die we keer op keer weer maken. Aan de linkerkant van het paneel vertelt hij over Hotel Vergetelheid, alias bordeel ‘De Witte Zwaan’. Een aggenebbisj herberg, met de kruik op de nok, een witte onderbroek uit het raam, een pissende zuiplap om de hoek en een waardin met haar klant in de deuropening.

Aan de rechterkant vertelt Bosch over de zaligheid die ons mogelijk wacht. Over de glooiende heuvels, de bloeiende planten en de zachtmoedige koe achter het gesloten hek dat ooit voor ons open zal zwaaien. Lux aeternae, Deo volente.

Valse hond
Vooralsnog zijn we er nog niet . We blijven onderweg. En ons levenspad is onverhuld vijandig. Een valse hond zit ons op de hielen, met een stok

jeroen-bosch-01houden we hem op afstand. Op de achtergrond verrijzen de ijle contouren van een galg. In de boomkruin jaagt een valse uil op een koolmeesje. De last in de mars op onze rug is zwaar.

Toch zijn we meer dan louter voorbijgangers, meer dan spelingen van het lot. Zoals de wereld ons stuurt, zo sturen wij de anderen. Jeroen Bosch-kenners wete dat het kattenvel op mijn mars verwijst naar het onheil dat ik anderen aandoe. Het konijnenpootje dat frivool uit het jasje steekt, verwijst daarentegen naar het plezier dat ik anderen verschaf.

Vol goede moed strekt Elkerlijck zijn arm en hoed richting heuvels, hek en koe. Ondertussen draait zijn hoofd onzeker om en blikt naar achteren. Natuurlijk verwijst dit omkijken op inkeer: we kijken terug op de weg die we in ons leven hebben afgelegd.

Maar er is meer. Er is nog een reden tot omkijken.

Jeroen Bosch  De Marskramer detail 3 meisje in raam

Meisje
Neem een vergrootglas en bestudeer nauwgezet het raam van de herberg. En zie hoe een jonge vrouw, een kind nog, achter de open luiken verschijnt. Verslagen blikt zij ons na. Haar ogen staan op weemoed. We hebben haar verlaten, ze is teleurgesteld. Zij was er voor ons, en ze hoopte dat wij er ook voor haar zouden zijn. Haar gezicht laat ons niet los, maakt ons aan het twijfelen. Wie weet keren we op schreden terug.

Het kwetsbaar gelaat van het meisje, dit levende gezicht van een mens, dat is waar het uiteindelijk allemaal om draait. In dit schilderij en in ons leven. Hoe onbeduidend dit fragment ook lijkt, het geeft heel dit schilderij betekenis.